Tenten

Productie van tenten

Economisch en ecologisch bekeken.

Laat het duidelijk zijn: ikzelf ben een tentenfabrikant.  Los daarvan heb ik een passie voor ethiek, ecologie en de bergen. De productie van tenten strook niet altijd met deze passies. En het moet gezegd – waarschijnlijk zou het net zo zijn met de productie van autobanden, tv’s, … en vele andere producten. Maar over de productie van tenten – daar weet ik meer van.

De laatste 30 jaar is de kwaliteit van tenten niet omhoog gegaan. 30 jaar geleden bestonden er lichtgewicht tenten en zwaardere kampeertenten van minstens dezelfde kwaliteit als nu. Er zijn twee grote evoluties. Er zijn lichtere tenten dan 30 jaar geleden en er zijn vooral goedkopere (en minderwaardige) tenten bij gekomen. Een topkwaliteit tent kost al gauw 900 Euro. Te vergelijken met een iPhone dus.

Moss Stardome tent 1992 – nog steeds een prima tent

Laat ons even analyseren hoe een tent gemaakt wordt en wat daar allemaal bij komt kijken. En we beginnen als bij voorbeeld in een winkel. Het maakt niet uit welk merk je koopt – de wat we hier schrijven geldt voor de meeste merken.

Een tent die je kocht voor 70 Euro in een of andere reklame. Veel van deze tenten worden als festival tent gebruikt en worden over het leven van de tent amper 14 dagen gebruikt voor ze uiteindelijk het stort op belanden.  De verbranding van dit nylon of polyester – dikwijls met een PU coating er op – is niet altijd even cosher. Er bestaat in ons land namelijk nog geen selectieve ophaling van dit soort materialen.

De staat krijgt 21% BTW die op deze tent is geheven. De winkel zelf wil er ook nog wat aan verdienen.  Verder ook nog het agentuur van het tentenmerk in België, de transportfirma binnen België, de transportfirma om de tent van China of Vietnam tot hier te krijgen, …. En we zwijgen nog van de invoerrechten.

En via enkele stappen komen we bij de fabrikant die het doek in elkaar stikt. Die verkoopt deze tent  aan – vaagweg gegokt – 17 Euro door aan Europa.

De fabriek is waarschijnlijk eigendom van een rijke Chinees die daar ook zijn deel van wil krijgen.

In de fabriek is alles handwerk. Zelfs erg goedkope tenten worden met de hand in elkaar gestikt. Natuurlijk worden er moderne stikmachines gebruikt, maar er is nog altijd geen volautomatische tentenmachine. De doeken van de buitentent worden tegen elkaar gestikt. Het labeltje wordt er op gestikt. De binnentent wordt in elkaar gestikt. De stokken in elkaar gestoken. Daarna wordt alles samengevoegd. Binnentent, buitentent, stokken, haringen – en alles wordt netjes verpakt.

We moeten gokken naar wat het personeel verdient aan deze tent die de fabriek aan 17 Euro verkoopt en waar ze zelf nog aan wil overhouden.

Tot hier is – met een beetje goede wil – alles relatief controleerbaar. Zeker topmerken kunnen tot op dit niveau eisen stellen over de levenskwaliteit van de arbeiders, …. Voor zover er geen onderaannemers gebruikt worden.

Verder moet de fabriek zelf materiaal aankopen. Dus niet alleen dure stikmachines en snijtafels – maar ook het materiaal zelf. 10-tallen soorten doeken, ritssluitingen, knoopjes, gespen, stikgaren, labels en nog heel wat meer om deze tent in elkaar te kunnen steken. Wat zouden zij betalen voor al deze materialen? Want ze moeten hun personeel nog betalen. En er nog winst op maken…

In de fabriek gaat zo’n 10% van het materiaal verloren. Rollen stof – doorgaans 150cm breed – kunnen nooit helemaal gebruikt worden. De uiterste centimeter is in elk geval van te lage kwalliteit. De overschot gaat de vuilhoop op.

Nu komen we de grijze zone binnen. Het grootste deel van materiaal dat nodig is om een tent te maken wordt gemaakt van Nylon of Polyester. Beide worden gemaakt uit aardolie. Op de buitentent wordt nog een PU of siliconen coating aangebracht.  Soms zelfs nog PVC, een van de meest schadelijk stoffen.

In de  aardolieproducerende landen wordt ruwe aardolie uit de grond gepompt. De ruwe aardolie wordt voor bijna 90% aangewend als brandstof. Ongeveer 8% gaat naar de chemische industrie. Dat is de weg die onze tent zal volgen.

Een rafinaderij in het verre oosten, Europa – of steeds meer in de olieproducerende landen zelf – breekt de ruwe aardolie in verschillende bestanddelen. Wat wij nodig hebben zijn heel specifieke koolwaterstoffen – voor onze tent.

In principe kunnen die koolwaterstoffen net zo goed uit biomassa gehaald worden. Koolzaad bijvoorbeeld. De belangrijkste reden om dit niet te doen is de prijs. Op dit ogenblik is Aardolie nog steeds een stuk goedkoper. Los daarvan is het de vraag of we wel koolzaadolie willen gebruiken indien dit ten nadele gaat van de kap van bijvoorbeeld het Amazonewoud.

Nu is “onze tent” nog een soort poeder. Ze gaat nu naar een andere fabriek die aan dit poeder verschillende aditieven toevoegt. Die aditieven geven allerlei eigenschappen aan het plastiek.

Het materiaal gaat nu als een soort brei naar een nieuwe verwerkingseenheid. Na de nodige behandelingen wordt hier het garen “gesponnen”.

In een volgende bewerking – in een weverij – wodt het ongecoate doek gemaakt.

Het coaten is het aanbrengen van een materiaal dat een bepaald materiaal waterdicht maakt. Een vloeibare substantie wordt op de stof aangebracht. Soms in meerdere lagen.

Op de vraag of we niet beter – om ecologische redenen –  terug naar katoenen tenten gaan is het antwoord dubbel.  De meeste katoen wordt zeer zwaar bespoten met chemicaliën. Die chemicaliën komen van …. de olie industrie! Alleen bij bio-katoen is dit niet het geval. Maar die wordt amper in tentdoek gebruikt. Katoen heeft wel een ander voordeel: stevig katoen gaat heel lang mee. Veel langer dan de gebruikelijke goedkope synthetische doeken. Het zal dus langer duren eer een katoenen tent de vuilhoop op komt.

Moraal van het verhaal. Een moraal die voor ons hele koopgedrag geldig is. Koop alleen wat je echt nodig hebt. Want alles wat we kopen komp op een zekere dag de vuilhoop op. En kies voor kwaliteit. Kies voor een product dat – net als vroeger – 20 jaar mee kan. We zijn zelf verantwoordelijk!

En ook alle tussenschakels zijn mee verantwoordelijk. Omdat ze de hogere kwaliteit niet promoten. Omdat ze niet kiezen voor de hernieuwbare bronnen van koolwaterstof. Dikwijls uit kortzichtig eigenbelang of puur om het winstbejag van de aandeelhouders. Zij weten dikwijls met moeite waar ze in investeren.

Alhoewel – langzaamaan is het tij aan het keren. VauDe bijvoorbeeld – een Duitse tentenfabrikant – heeft verduurzamen als missie opgenomen en maakt het tenten steeds ecologischer met steeds meer respect voor de productie arbeiders.

Op verschillende vlakken wordt reeds geëxperimenteerd met alternatieven. De plastiek-industrie is volop aan het werken aan alternatieven. Maar we moeten ze wel willen betalen!

Jakob De Proft

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *